Alledaags

Ameland

Sinds jaar en dag gingen mijn ouders in november een weekje naar de kunstmaand op Ameland. Zelfs toen mijn vader al erg ziek was. We waren ongerust, zou het allemaal wel goed gaan? Maar ik begreep het ook. Hij wilde niet ziek zijn en alles moest doorgaan. Voor hemzelf of voor mijn moeder? Misschien wel allebei. Maar het pakte niet lekker uit die dagen. Mijn moeder vertelde dat ze het zelf ook niet zag zitten maar dat mijn vader had aangedrongen te gaan. Iedereen was blij toen ze weer thuis waren. Het voorjaar erop overleed mijn vader.

Mijn broer en schoonzus zijn nog eens met mijn moeder teruggegaan. Naar het eiland en ‘het huisje’ waar ze altijd zo fijn verbleven. Het was emotioneel en gelijker tijd ook weer fijn. Afgelopen jaar is Judith met mijn tante een weekje teruggegaan in het appartement ernaast. Ook toen hebben ze genoten en de ervaringen nog lang naverteld.

Om me heen merk ik hoeveel moeders van vriendinnen er minder mobiel worden, ziek zijn of wegvallen. Ik realiseer me hoe fijn het is dat de mijne er nog is en ook dat ze nog zo fit is op haar 82e! Hoe leuk zou het zijn als ik een keer met haar samen naar de kunstmaand zou gaan? Ze had nog niet afgesproken met mijn tante dus ik opperde het idee. Enthousiast boekte ze weer het huisje en de voorpret begon.

Afgelopen maandag was het zover. Om 9 uur ’s morgens pikte ze me op en togen we richting Holwerd. Een broodje met 4 plakken ham had ze achter de kiezen, want het moest op. Zij reed, ik gaf de route aan met de navigatie. Een blik op haar oplaadsnoertje van haar mobiel liet zien dat deze haast doormidden was. Hilariteit dat dit niet eerder opgemerkt was en de telefoon dus nooit laadde in haar auto. Vooraf had ze al laten zien hoe eenvoudig haar vouwfietsen ingevouwen konden worden dus een kind kon de was doen.

Na aankomst parkeerde ze de auto en liet ze me zien hoe de fietsen uitgevouwen dienden te worden. Het was nog even hannesen met snelbinders en onze koffertjes op de veel te kleine bagagedragers. Langzaam fietsten we van het parkeerdek af, zoekend naar de uitgang. Heel voorzichtig, anders klapten de koffers eraf. Met uitzicht over het drooggevallen Wad, was er gelukkig nog alle tijd voor koffie en taart!

Op de bejaardenveerdienst was het een gezellige drukte. Grijze koppies (lekker kort) van krasse echtparen, vriendinnen en moeders met dochters (want die leken op elkaar, net als wij). ANWB jassen, bijpassende windstoppers, mutsen, stevige stappers en vooral veel kekke brilmonturen voerden de boventoon. Dat het bewolkt was en een beetje miezerde, mocht de pret niet drukken. Ons reisje was begonnen!

Aangekomen in Nes fietsten we weer heel voorzichtig naar het heerlijke huisje. Brachten de koffers naar de slaapkamer en vertrokken gelijk weer. Boodschappen doen bij de Jumbo om de hoek en een programmaboekje kopen bij de VVV. De hele maand zijn er in alle vier de dorpen op het eiland tentoonstellingen en exposities. In een kerkje en een toren bewonderden we direct prachtige levensgrote schilderijen en een enorm grote mobile met een sprookjesachtig mooie glazen onderwaterwereld. 

Ik keek even later in mijn stuurtas om te zien wat er zo irritant rammelde de hele tijd. Het bleek het Simsondoosje van mijn vader te zijn. Alles wat je nodig hebt om een band te plakken zat erin. Lachend keken we elkaar aan: wij konden er allebei niets mee en legden het doosje in het huisje. Ons voornemen om die dagen niet te koken brachten we direct in de praktijk en aten die avond bij restaurant De Heksenketel. Bij het hoofdgerecht biechtte ik mijn moeder op dat ik iets leuks had geregeld: op de derde dag een rondvlucht boven het eiland. De blije blik die ik verwachtte bleef uit. Daarvoor in de plaats zag ik al het bloed uit haar gezicht weglopen en was ze even stil. “Nee toch? Dat ga ik niet doen hoor, dat durf ik niet. Straks storten we neer!” Ik had met haar te doen maar moest ook lachen. Ik vertelde dat ik al geboekt had en dat we toch zouden gaan. Dat ze even later aangaf het ‘toch wel leuk te vinden’ was denk ik meer om mij niet teleur te stellen. Of om zichzelf moed in te praten.

De wind gierde buiten om onze hoofden dus was het heerlijk om weer terug te komen in het warme huisje. De simpele afstandsbediening van de tv was even een uitdaging. De symbolen op de knopjes waren afgesleten dus niet zichtbaar. Ook ontbrak een numeriek deel, dus even van kanaal veranderen was er niet bij. Na lang klungelen bood internet soelaas. Waarom heeft Samsung in godsnaam knopjes waarop je niet moet drukken maar tegen moet duwen?! Net toen ik het een heel klein beetje doorhad informeerde moeders of ik de ondertiteling kon aanzetten? Haar gehoorapparaat werkt meestal goed, maar regelmatig ook niet. Als het ergens rumoerig is bijvoorbeeld. Toen ze bij het eten verse jus d’orange bestelde en het personeel vroeg of ze groot of klein wilde, was het antwoord: ‘Nee, verse jus!’ De ondertiteling vond ik niet dus deden we hem maar wat harder. Tegen tienen gaf ze aan dat haar batterijen leeg waren en ze me dus niet meer verstond. Kon de tv nog wat harder? Op standje burenoverlast hoorde ze nog niets waarna we hem maar uitdeden. Een puzzeltje dan maar. Omdat de sfeerverlichting te donker was, installeerde ze zich onder de schemerlamp. Mopperend dat het wel spaarlampen zouden zijn, want ze zag niks.

Dat we op elkaar lijken merk je wel heel duidelijk als je zo samen bent. Afzonderlijk van elkaar hadden we (zonder afspraak) ongeveer dezelfde spullen mee. Sloffen, een joggingbroek, waxinelichtjes voor de gezelligheid, en ook alles voor ‘je weet maar nooit’ zoals pleisters en aspirine. Wat wel echt anders was, is ons slaapritme. Judith gaat laat naar bed en slaapt wat uit. Ik val rond 22.30 uur om en ben vroeg wakker. Nu was zij vanmorgen heel vroeg op en dit was gelijk de reden dat haar oplaadbare hoorapparaat die avond uitviel. Normaal wordt die pas veel later geactiveerd. En als zij alleen thuis is, heeft niemand er erg in dat ze niets hoort. Ook voor haarzelf is het daarom heerlijk rustig ‘zonder oren’. Nu riep ze 3x in de slaapkamer dat ze het licht ging uitdoen, terwijl ik na de 1e keer al bevestigend geantwoord had. Na de 3e keer vroeg ze wat ik zei, want ze verstond me niet. Het geklungel was ook grappig. Omdat we niet steeds wilden schreeuwen namen we maar een soort gebarentaal aan. De eerste ochtend dat we er wakker werden keek ze me aan en staken we een hand naar elkaar op.

Tegen tienen de volgende morgen voelde ik een licht zeurende hoofdpijn opkomen. Mijn vraag bij de Jumbo gister of we een pak Douwe Egberts koffie zouden kopen, was namelijk resoluut in de wind geslagen. Het moest de biologische fairtrade variant zijn, cafeïnevrij. Het modern ingerichte huisje had nog een ouderwets koffiezetapparaat met filters. (Nou ja, die zaten er niet bij, maar die hadden we gekocht). Omdat het lang geleden was dat ik zo’n ding voor het laatst gebruikt had, gooide ik de eerste keer het water in de verkeerde opening. Dat bleek de ruimte voor het filter te zijn. De koffie was heet, zwart maar vies. Kon ook komen omdat er geen maatschepje in de besteklade lag. Ik had de hoeveelheid filtermaling nu (mis)gegokt met een eetlepel. Niks voor ons eigenlijk dat ze die schep niet onder de categorie ‘je weet maar nooit’ hadden meegenomen. 

Wordt vervolgd…