Het feit dat ooit mijn ouders zouden overlijden, deed mijn maag altijd omdraaien. De wetenschap dat er een bomvolle uitvaart zou zijn met een warme deken aan vrienden en familie, zorgde ervoor dat dit onoverkomelijke feit in mijn hoofd ietsje dragelijker werd. Tot de Corona-periode aanbrak en mijn vader precies toen overleed. Een tijd waarin je niet mocht samenkomen, elkaar niet mocht aanraken en onze uitvaart uit maximaal 27 personen mocht bestaan (en dit aantal was inclusief de uitvaartondernemers). Succes ermee.
Tijdens zijn ziekteproces ontvingen mijn ouders daarom weinig bezoek. Mijn vader die aan kanker leed, zei gekscherend al ‘het zal me toch niet gebeuren dat ik aan Corona zal overlijden?!’ Dat risico moest inderdaad worden uitgesloten. Dus af en toe een bezoeker, geen knuffels of zoenen en anderhalve meter afstand. Moeders die nergens kwam. Als zij besmet zou raken moest ze niet alleen in isolatie, maar zou ze er niet meer kunnen zijn om voor Leo te zorgen. Of erger; ze zou hem kunnen besmetten (of nog erger: zelf overlijden. De ‘kwetsbare leeftijdsgrens’ had ze immers allang overschreden.) Nog een ondenkbare bijkomstigheid: Er was schaarste en iedereen hamsterde boodschappen. Ik moest me in de supermarkt verantwoorden omdat ik niet één maar twee pakken toiletpapier kocht, niet alleen voor ons maar ook voor hen. Of ik werd aangesproken, of, als dat niet gebeurde, voelde ik de blikken.
De vraag van mijn schoonzus ‘ga jij je moeder omhelzen’ als Leo inslaapt, was logisch maar hakte erin. We waren niet bang om ziek te worden, maar wel om elkaar te besmetten. Mijn werk bij de gemeente ging immers gewoon door en ik kwam met veel mensen in aanraking. Bij mijn lief en mijn schoonzus in de zorg was het niet anders. Ja, ik heb me altijd aan alle regels gehouden, maar mijn moeder niet vasthouden nadat ze de liefde van haar leven moest laten gaan, dat ging me te ver. Ja, ik heb haar heel stevig vastgehouden.
Wat zet je op een rouwkaart als niemand mag komen? Noodgedwongen moest de plechtigheid in besloten kring plaatsvinden. Gesprekken met de uitvaartondernemer gingen online, met een verbinding die steeds stilstond of wegviel. Familie en naasten belden met condoleances en om te vragen ‘wanneer het was’. Afschuwelijk dat mijn moeder moest zeggen dat ze niet mochten komen. Een eenvoudige optelling maakte dat ons gezin met partners uit 11 mensen bestond, en we samen met de broers en zussen van mijn ouders eigenlijk al ‘vol’ waren. Er moest ‘nee’ gezegd worden tegen mijn vaders neven, levenslange vrienden, collega’s en partners van genodigden. We hadden een reservelijstje gemaakt voor het geval iemand niet kon of durfde te komen. We gunden het elkaar maar ook alle anderen zo. Niemand zegde af. We konden eventueel ‘na Corona’ nog een afscheidsbijeenkomst plannen? Daar hoefden we niet over na te denken, dat zou mosterd na de maaltijd zijn.
Mijn moeders huis veranderde die dagen in een bloemenzee, wat doe je anders als je iemand niet ‘live’ kunt bezoeken en vastpakken? Ik ploeterde tot diep in de nacht achter mijn laptop; die mooie speech moest en zou er komen. Ook bij ons thuis stroomde ondertussen de boeketten en post binnen. Niet alleen het verlies van mijn vader, ook het gemis aan lijfelijk contact zorgde ervoor dat ik intens verdrietig was.
Op de dag van de uitvaart dacht ik dapper dat het wel ging. Netjes opgedoft reden we richting uitvaartcentrum met de speech in mijn tas. Toen we de hoek omdraaiden draaide mijn maag mee. Een menigte van lieve bekenden stond ons aan te kijken. Tientallen vrienden, familie, collega’s en kennissen die niet mee naar binnen mochten maar dit wel hadden gewild. Het maakte me compleet overstuur. Ik had ze stevig vast willen grijpen, kussen en omarmen. In plaats daarvan gebaarden we wat en moesten wij naar binnen. Toen de rouwauto met de kist de hoek omdraaide legden mijn collega’s daar allemaal een zonnebloem op. Het was de lievelingsbloem van mijn vader.
Is het raar om te zeggen dat ik trots was op mijn speech? Hart en ziel had ik erin gestopt en nu stond ik ‘m voor te lezen voor een handje vol mensen. Ik had dit aan iedereen willen laten horen. Nee, een simpele hartverwarmende kop koffie was ook niet toegestaan na afloop. Iedereen moest gewoon wegwezen na de plechtigheid. Voor het handjevol mensen dat wel binnen was, hadden wij een zonnebloem klaarstaan om mee naar huis te nemen. Met een klein groepje intimi (dat het wel aandurfde) zijn we nog even (illegaal) met mijn moeder mee naar huis gegaan.
De Corona-periode was voor ons persoonlijk geen drama. Godzijdank hebben we er niemand aan verloren. Ons hart ging uit naar de mensen bij wie dit anders was. Wij moesten gewoon elke dag naar ons werk en waren dus niet eenzaam. Dat openbare gelegenheden niet open mochten was dramatisch voor de uitbaters, maar wij hebben gewoon een heerlijk huis met tuin en hoeven er niet zo nodig op uit. Niet op vakantie? Ach, we slaan wel vaker een jaar over. Naar de sportschool hoefde niet, er is genoeg natuur om ons heen om te wandelen, fietsen of rennen. We haalden braaf onze inentingen en zijn maar een beetje ziek geweest toen we toch besmet bleken. Dat was overigens een jaar na de uitvaart. Geen centje Corona-pijn dus. Maar het toen niet fysiek kunnen delen van verdriet en herinneringen met dierbaren, heeft meer sporen nagelaten dan ik toen wist.