Alledaags

Kledingkast

Nadat ik me het maanden geleden had voorgenomen, is het er vanmiddag eindelijk van gekomen. Ik heb mijn kledingkast opgeruimd. Iets wat een enorme uitdaging is voor iemand die slecht afstand kan doen van dingen. Ik stel het altijd uit. Maar toen mijn pasgewassen schone stapeltjes niet meer in de kast pasten, was de maat vol. In de twee delen waar mijn kleding hangt, zat het zo stijf tegen elkaar geduwd, dat iets wat er gestreken inging, er gekreukt uitkwam. Er was geen vrij kledinghangertje meer te vinden. Uitpuilende laatjes met honderden sokken en onderbroeken. Getver, spuugzat was ik van die kast. Het ergste is, onze kast bestaat uit twee symmetrische delen. Mijn lief en ik hebben allebei evenveel ruimte. Maar omdat het aan mijn kant altijd vol is, liggen aan haar kant de dekbedovertrekken, de badlakens en de schone douchematjes. Dat past niet aan mijn kant en dat is best gênant.

Nou moet ik er wel bij zeggen; mijn lijf is langer. Dat scheelt natuurlijk, mijn kleding bestaat uit meer stof dus ik heb meer ruimte nodig. En ook heel vervelend, ik ben de laatste jaren wat kilo’s aangekomen. Daardoor is er elke keer, een nieuw stapeltje nog leuke kledingstukken, die niet meer passen. Maar omdat ik altijd hoop weer wat af te vallen, blijft dat stapeltje liggen. Naast dat andere stapeltje van de vorige keer die nu, qua maat, helemaal uitzichtloos is. Een kast vol met ongeveer drie verschillende maten. Ergens tussen de 38 (ja, zolang liggen sommige dingen er al) en 42.

Niet alleen gewichtsschommelingen zijn funest voor je kastruimte, ook miskopen blijven aan de orde van de dag. Heeft iets eindelijk mouwen die lang genoeg zijn, dan blijkt toch het rugpand net iets te smal, waardoor je aan het eind van de dag overal spierpijn hebt omdat je verkrampt loopt. Een leuke broek van comfortabel stretch maar die continue afzakt. Een trui die blijft pillen of statisch wordt. Een sweater met iets te smalle mouwen, waardoor je armen afknellen als je ze buigt. Te korte t-shirts waarvan ik niet meer weet of ze gekrompen zijn of zo gekocht. Te brede shirts waarin je op een olifant lijkt.

Om meteen iets ‘in het zicht’ te brengen, begon ik met de hangkast. Leuke tuniekjes die niet meer dicht kunnen gaan weg. Een spijkerblouse waarin ik me net niet lekker kan bewegen ook. Zo’n zelfde heb ik ook nog eens van mijn moeder gekregen, met hetzelfde euvel. Wij hebben een beetje het zelfde model. Dus als haar iets niet lekker zit, zit het mij ook voor geen meter. Een enkele keer ruilen we iets met elkaar. Mijn lievelingsblouse, waarin ik een gaatje aan de voorkant ontdekte, gaat met pijn in het hart, de afvalzak in.

Op de stapel zomergoed liggen jurkjes waarin ik een worst lijk. Als ik te diep ademhaal klap ik eruit. Dan zijn ze echt te krap toch? Misschien kan ik ze nog doorgeven aan de dochters van een vriendin? Samen met dat rood-wit linnen rokje, die ik na al die jaren nog steeds fantastisch vind. Maar de omvang van de taille was 10 jaar geleden al krap. Twee te kleine korte broeken verschuif ik naar het stapeltje ‘als er 5 kilo af is’. Want 5 kilo is een kledingmaat dus wie weet……. Ik blijf hopen.

De stapel ‘werkkleding’ (voor als er iets geschilderd moet worden) is zo hoog, die valt naar je toe als je er iets af wil pakken. En ik schilder nooit iets. Die doodenkele keer dat ik eens ergens een schuurmachine overheen haal of in de tuin werk, kan gewoon in mijn ‘goeie goed’.  Want dat wordt wel schoon in de was.  Als ik één lange werkbroek heb en een korte is dat genoeg. Een oud shirtje is er altijd wel. Maar ik heb ook nog een rokje op die stapel, een paar shirts en veel hemdjes (anders vang je geen zon in de zomer en dat is zonde). De helft van de stapel keil ik weg.

De laatjes met ondergoed en sokken krijg ik ook niet meer dicht. Eén voor één kieper ik ze leeg. Ik kom items tegen waar ik me jaren geleden al gek naar gezocht heb. Ik  moet lachen om de dingen die ik vergeten was. Heb ik echt ooit een bordeaux rode panty gedragen? Wat erg! Maar ik weet het weer, dat stond zo leuk met die lange laarzen en dat rokje waar dezelfde kleur inzat. Maar toen was wel mijn beenomvang aanmerkelijk kleiner dan nu. Weg ermee. Pantykousjes en plakkousen draag ik ook niet meer. Onderbroeken met een rafeltje of vaal gewassen, alles gaat in de afvalzak.

De bel gaat, een vriend van ons kind meldt zich en komt ook naar boven. Ik doe snel onze slaapkamerdeur dicht want ik sta in mijn ondergoed. Alleen zo kan ik mijn kast opruimen want alles moet eerst gepast worden. Precies de reden waarom ik dit altijd uitstel want het duurt eeuwig. Na het passen moet alles weer opgevouwen worden en op de juiste plek worden weggelegd. Je moet hiervoor in een bepaalde schwung zijn. En dat ben ik. Na lange tijd is de kast ruim en overzichtelijk. Er staan vier zakken; één voor mijn moeder, één voor de puberdochters van een vriendin, één voor het Leger des Heils en één voor de container met restafval. Die laatste mik ik er gelijk in, weg ermee. Een berg oude kettingen, armbanden en andere frutsels gooi ik in de zak voor het Leger des Heils. Wie weet knapt er nog iemand van op. Zou leuk zijn toch? Ikzelf ben ook bijzonder opgeknapt van deze actie. Kijken hoe lang het duurt voordat de bezem er weer door moet.