Alledaags

Sportschool

We woonden alweer een paar jaar samen in een rustige buurt aan de rand van Zaandam. Nog jong en kinderloos en allebei met een fulltime baan. Om een beetje fit te blijven bezochten wij af en toe de sportschool in de wijk. We deden dan een gezellig circuitje dat begon met een kwartiertje fietsen waardoor je het gelijk bloedheet had. Je schoof daarna door naar een stepapparaat waar je ook doodgaar van werd. Meestal loerde ik dan al een tijdje met een half oog naar de crosstrainers, want die waren altijd bezet. Zodra er eentje vrij kwam, wist ik niet hoe snel ik erop moest komen. Op zo’n ding beweeg je namelijk je hele lijf, zonder dat het je al teveel moeite kost. Heerlijk.

Ondertussen kon je ongemerkt stiekem rondkijken naar gespierde krachtpatsers, blitse binkies (die net begonnen waren in de hoop snel een gespierde krachtpatser te worden) en naar pas bevallen dames die weer in model wilden komen. Wij pasten eigenlijk in geen enkele categorie. Denk ik tenminste, misschien dachten de mensen uit de zojuist genoemde categorieën daar anders over. We werkten het rondje af met het roeiapparaat, de loopband en deden tussendoor nog wat krachtoefeningen.

Ondanks dat we twee straten verderop woonden, gingen we daar ook graag onder de douche. In tegenstelling tot het gros van de aanwezigen, zij doken liever met die vieze lijven weer de auto in. Wij vonden het fijner om fris en herboren thuis te komen. Nou ja, fris maar kapot meestal. Deze keer merkten we dat we laat waren. Zoekend om ons heen kijkend constateerden we dat we de enigen nog waren. Aan de trainer vroegen we of ze al gingen sluiten, of dat er nog tijd voor ons was om te douchen? Natuurlijk mochten we dat. Geen haast hoor, werd ons verzekerd. Hij zou pas vertrekken als wij klaar waren. Mooi.

Na heerlijk gepoedeld te hebben stonden we een kwartiertje later frisgewassen en weer aangekleed in de kleedruimte. Na een laatste blik achterom, of we niets vergeten waren, openden we de deur naar de sportruimte. We keken in een groot zwart gat. Alles was donker, leeg en uitgestorven. We riepen hoopvol of er nog iemand was. Er kwam geen reactie. Een beetje schaapachtig lachend keken we elkaar aan. Konden we op de tast de uitgang nog vinden? Voorzichtig zochten we de weg waarvan we dachten dat dit de juiste was. Aangekomen op plaats van bestemming was de uitgang afgesloten; op slot. Ondanks dat ik blij was dat we met z’n tweeën waren, zonk de moed me in de schoenen.

Wat nu? Mobieltjes bestonden nog niet. Maar wie wilden we bellen? De politie? Was dit dramatisch genoeg om de Politie te bellen? Eigenlijk niet, daarbij wist ik geen nummer van de Politie. Ik kon mijn moeder bellen, maar wat kon zij doen? We gingen eerst maar eens op zoek naar een telefoon. Gatver, als er maar geen alarm af zou gaan. Schuifelend achter de bar vonden we ook nergens lichtknopjes. Gelukkig stond er een telefoon en zochten we naar iets waar nummers op stonden. We vonden een lijstje en begonnen gewoon maar bovenaan.

Een aardige meneer nam op en viel van zijn stoel van verbazing. Opgesloten in de sportschool? Waar was de trainer dan gebleven? Wisten wij veel, hij zou op ons wachten maar was dit blijkbaar vergeten. Hij moest zich even aankleden maar zou naar ons toekomen. Ja, het was zeker heel vervelend voor ons. Maar hij zou het goedmaken. Hij ging nog bedenken hoe, maar hij was in elk geval onderweg. Na gevoelsmatige uren verscheen er eindelijk iemand die ons kwam bevrijden. Onder het maken van duizendmaal excuses konden we naar huis. Hij zou minimaal een hele grote zak drop voor ons klaarleggen, voor ons volgende bezoek. Lekker! En ik vond eigenlijk ook dat we dat wel verdiend hadden.

Niet lang daarna zijn we verhuisd naar een ander deel van de stad. De zak drop hebben we nooit gezien. Als troost koop ik er zelf af en toe één. Toen ik het verhaal vertelde aan vriendin Natas, kwam zij ineens met haar verhaal op de proppen. Haar was eens hetzelfde overkomen met haar vriendin Sabine, na afloop van een handbaltraining. Zij waren minder gelukkig dan wij, want bij hen was de deur van de kleedkamer ook afgesloten. Het mobiele tijdperk had zijn intrede al lang gedaan, maar de dames hadden de telefoons thuisgelaten. Er moest gesport worden en dan heb je geen tijd om te bellen. Er waren geen ramen om uit te klimmen. Zij hebben uiteindelijk tot diep in de nacht in die ellendige ijskoude kleedkamer door moeten brengen. Toen na urenlang roepen en bonken nog steeds niemand reageerde, zijn ze (om nog enigszins warm te blijven) van ellende tegen elkaar aan gaan liggen op de tegelvloer. Tot hun partners doodongerust in actie kwamen en alarm sloegen omdat hun vrouwen nog steeds niet thuis waren. Ineens besefte ik hoeveel mazzel wij hadden gehad.