Negentig komma zeven kilo was ik eind februari vorig jaar en voelde me verschrikkelijk. Alles was groot, veel en dik geworden. Waar je zelf denkt het nog redelijk te kunnen camoufleren, zijn foto’s het bloedirritante bewijs van de werkelijkheid. Van de vakantiekiekjes van twee jaar geleden heb ik de meeste onderkanten afgeknipt zodat mijn enorme reet niet te zien was. Die was namelijk ongeveer een meter breed geworden. En nee, vanaf opzij kun je die dan wat verhullen, maar dan kijk je tegen een buik. En die zorgvuldig in XXL gekochte shirtjes bedekten dan wel die zwemband die boven mijn broek uitpuilde, maar niet die spekarmen. Mijn enkels waren vaker gezwollen dan niet, mijn borsten inmiddels een ruime cup groter. Ik baalde van alles. Bolle wangen zorgen er wel voor dat je geen rimpels hebt, maar drukken ook je ogen dicht. Als te lang niet gesport hebt, is je conditie weg. En als je te zwaar bent gaat alles moeizaam. De vicieuze cirkel was compleet. Het roer moest om. Ik wilde gewicht kwijt en weer mezelf worden.
Ik maakte een plan: ik zou gaan sporten, afvallen en stelde een doel van tien kilo eraf. Vriendin Ans gebruikte eerder al de Yazio-app die ik ook weer installeerde. We hadden samen vaker besproken dat we in actie wilden, maar deden net of we het steeds vergaten. We bleken in hetzelfde schuitje te zitten: onze gezinsleden deden niet mee dus kwam het op onszelf aan. We besloten allebei dat we ervoor gingen. Toen ik dapper begon over de tien kilo informeerde ze naar mijn BMI (body mass index), zou die weer op gezond niveau zijn als er tien kilo af zou zijn? De moed zakte me nog verder in de schoenen toen bleek dat er minimaal dertien af moest om weer in verhouding te zijn met mijn lengte. We beloofden elkaar dat we zouden starten met lijnen, met hulp van de app én samen in beweging te komen.
Dat zelfde weekend wandelden we zeven kilometer en klaagde we over hoe ellendig het was. Zonder koekjes bij de thee, ijsjes toe, zonder broodjes brie en handjes drop. Zonder iets teveel warme pistoletjes in het weekend, zonder chips, borrelnoten of gebak bij jarige collega’s. Bij elke viering, feestdag of uitje hoort wel lekkers, we waren het roerend eens. We sloegen beiden dingen af en waren dan wel trots. Naast het bijhouden van wat ik at, deed ik ook aan intermittent fasting. Een manier van eten waarbij je afwisselt tussen periodes van vasten (niet eten) en eten. Ik nam me voor om te eten tussen 12.00 uur (tussen de middag) en 20.00 uur in de avond. Dat hield dus in na 20.00 uur en tot 12.00 uur niets.
Wat voor mij het beste werkte, was om twee keer per dag te eten. De eerste keer lunch en de tweede keer avondeten. Voordeel daarvan is dat je echt trek hebt. En, als je je avondeten op hebt en nog niet aan je calorieën zit, je dan tot 20.00 uur ‘nog wat mag’. Wel andere dingen dan vroeger. Een stuk fruit, een plakje kip, een zakje cup-a-soup, wat rauwe wortels of een klein bakje ongezouten en ongebrande noten. Als je die twee maaltijden lekker voedzaam maakt, en de juiste dingen kiest, is je buik gewoon vol en hoef je geen hongergevoel te hebben.
Maar dat heb je natuurlijk wel omdat je het niet gewend bent. Zo kon ik bijzonder kribbig worden als ik niet op tijd kon eten. Je leeft er namelijk echt naartoe en het smaakt dan ook verrukkelijk. Heel anders als daarvoor, toen ik alles nog gedachteloos naar binnen schoof. Een etentje of verjaardag in het vooruitzicht zette mij telkens tijdig aan het denken. Wat zou ik dan eten, wat zou ik afslaan? Vaak zorgde ik vooraf dat ik niet gegeten had of bijvoorbeeld een lange wandeling gemaakt had. Dan kun je namelijk gewoon wél wat lekkers nemen. Langzaamaan pakte ik ook het hardlopen weer op.
Toen de inschrijving voor de Dam-tot-Damloop geopend was, meldde ik me direct aan voor de avondrun van acht kilometer eind september. Goed om een doel voor ogen te hebben om naartoe te werken. Ondertussen togen Ans en ik wekelijks richting zwembad. Om een uurtje banen te trekken maar vooral om lekker tegen elkaar aan te klagen hoe zielig we waren. En hoe zwaar het was. In het begin vliegt er makkelijk een kilo per week af, maar dit blijft niet zo. Er waren weken bij dat we onsjes telden of stilstonden, bloedirritant. De drang naar lekkers was groot. We droomden over drop, taartjes, ijs, chocola of patat met veel saus. Samen namen we de weken door; weer een etentje in het verschiet, een collega die afscheid neemt of geen tijd om te sporten. Ans maakte complete wandeltochten over perrons (bij het wachten op treinen) ik wandelde elke lunchpauze een halfuurtje. Alles om maar in beweging te blijven. Ondertussen netjes dagelijks de app bijhouden voor inzicht. Hoe meer je beweegt, hoe meer je kunt eten en evengoed afvallen. Als we geen tijd hadden om elkaar te zien appten we. Klaagzangen afgewisseld met steunbetuigingen en complimenten. Het hielp echt.
Begin juli had ik mijn streefgewicht bereikt en wat voelde dat geweldig! Wat zeker ook gemotiveerd had, was dat kleding gaandeweg merkbaar ruimer was gaan zitten. De dingen die eerst echt niet meer pasten kon ik weer aan. Wat ik gekocht had toen ik op mijn zwaarst was, hing nu als een dweil om me heen. Vier balen kleding zijn naar het Leger des Heils gegaan.
En waar ik al die maanden kon fantaseren over frituur, Chinees en andere vette happen, viel het me op dat de drang daarnaar eigenlijk wel weg was. Een chipje in de avond, het smaakte me niet meer. Ineens moest ik op zoek naar het nieuwe normaal. Een rare speurtocht die ik niet verwacht had. Je wil niet meer terug naar het oude, lijnen hoeft niet meer, maar hoe dan nu? Er ging zelfs nog een kilo af, onbewust omdat ik gewend was aan de nieuwe gewoonten. Een zak drop moet ik nog steeds niet kopen, want al is het een pond, ik kauw het achter elkaar weg. Niet meer halen dus, of een onsje. Gedachteloos een stapel brood wegstouwen (lekker met plakken vette grillworst of romige Franse schimmelkaas), het is verleden tijd.
Mensen om me heen zagen het. ‘Ben jij zoveel afgevallen?’ en meestal kwam daarna ook de vraag hoe het gelukt is. Het verhaal is te lang. Ga op zoek wat voor jou werkt en wat vol te houden is. Verander je leefstijl, anders vreet je het er achteraf zo weer aan. Beweeg meer. Kies bewust, vind ik dit echt lekker? Alleen zondigen als je het superlekker is. Van twee koekjes geniet je ook, het hoeft echt geen halve/hele rol te zijn. Minder koolhydraten, meer kwark, ei, groenten, fruit, mager vlees. Onbewerkt voedsel. Lekker veel eten op vaste tijdstippen, zodat je geen hongergevoel hebt. Als je echt wil snaaien, neem wat gezonds. Een handje noten (zonder zout), tomaatjes, dat soort dingen.
In september rende ik de 8 kilometer tijdens de Damloop, met een gezond BMI. Nee, niet fluitend, en soms echt afgezien maar het is gelukt. Ook Ans is flink wat kilo’s kwijt. Mijn gezicht is minder strak, mijn vel hier en daar wat ruimer. Maar als dat alles is? Zonder hijgen de trap op, geen dikke enkels meer, niet meer in de rekken zoeken naar XL. Er is 14 kilo afgegaan. Het is gelukt!