Alledaags

Ommetje

Het is alweer eind van de vrijdagmiddag als vriendin Ans en ik ons los kunnen wurmen uit de hectiek. ‘Waar hebben jullie afgesproken dan?’ informeert haar lief. Wat weten we nog niet en dat maakt ook niet uit. Met vriendin Ans is en komt het altijd goed. Ons periodieke wandel-afspraakje staat garant voor het leegmaken van de hoofden, uitwisselen van laatste roddels en nieuwtjes en doornemen van onze levens. We klagen, praten bij en lachen ontzettend hard. Om alles en iedereen, maar vooral om onszelf. Als er vooraf tijd is, zet Ans meestal een route uit. Niet dat dit nodig is (we verdwalen toch, of kunnen het niet vinden) maar zo kom je nog eens ergens. Hilarisch ook dat je je, in je eigen woonplaats, blijft verbazen over dingen die je nog nooit zijn opgevallen. Zag van de week een compleet nieuwe woonwijk die er al een tijdje stond.

Warm aangekleed stappen we de polder door maar moeten steeds oppassen dat we niet van onze sokken gereden worden door langs stuivend verkeer. Als ik teveel aan de kant ga, loop ik naast het asfalt en zak ik weg in de blubber. Het is nog een hele toer om je gedachten bij elkaar, de route én de omgeving te houden. En dan willen we ook nog onze ‘Ommetje-app’ bijhouden als bewijs hoe ver we waren. Als we de wekelijkse beslommeringen van onze gezinnen de revue gepasseerd zijn, doen we een bekentenis. Ons vastberaden besluit (van een aantal weken geleden om nu echt wat af te vallen) zakt een beetje naar de achtergrond. We hebben er beiden last van. We willen echt wat kilo’s kwijt maar wat is lijnen toch stom en ongezellig.

Dat we het altijd zo roerend met elkaar eens zijn, draagt niet bij tot ons gewenste gewichtsverlies. Integendeel. Eén van ons (ik noem geen namen) is alweer naar de Mc Donalds geweest. Gebak afslaan als een gezinslid jarig is doe je niet dus hebben we beiden weer grootschalig geconsumeerd. Wij zijn het namelijk ook altijd roerend eens over het motto ‘je leeft maar één keer’ en ook in het ophangen van onze eigen slingers zijn wij ondertussen afgestudeerd. Wel sneu dat Ans laatst een behulpzaam kontje kreeg op de ladder thuis, waardoor ze nu een gekneusde rib heeft. Het lachen is heerlijk maar voor haar nu even pijnlijk. Desalniettemin moeten we af en toe stoppen omdat we niet verder kunnen lopen van het lachen. Ook daarom hou ik van Ans. En dat ik hiervoor een graf-eind moet lopen, neem ik graag op de koop toe.

Als we toch aan het opbiechten zijn wat we allemaal voor lekkers gegeten hebben, vertel ik over de hele Milka reep die ik laatst naar binnen geschoven heb. Dat dit merk zo zacht en romig was, dat wist ik niet. Ans wist het al wel. Als we op de terugweg binnendoor gaan, de bewoonde wereld in, naderen we ’s lands grootste grootgrutter. Nee, ik maak geen reclame. We kijken elkaar aan. Onder het mom dat er ‘altijd iets mis kan gaan’ of ‘dat je valt, iets breekt en ineens de bus moet pakken’ hebben wij altijd wel een paar euro op zak. We hebben geen overredingskracht nodig en duiken de winkel in, gewapend met beiden een kar. De druiven en mandarijnen bij de ingang zien er zalig uit en we zijn het ermee eens dat we deze eigenlijk moeten nemen. Maar dat doen we niet en zetten rap koers richting chocolade schap. Dat Ans haar muts in het gangpad verloor, zou dat gekomen zijn door ons tempo?

Het kan toch geen toeval zijn dat uitgerekend deze week alle Milka’s in de bonus zijn? De 276 grams verpakking is wel een euro goedkoper dan normaal! Verguld om zoveel geluk knielen we voor het assortiment. Overvallen door keuzestress wegen we de smaken tegen elkaar af. Hazelnoten zijn te saai, doen we Cappuccino of met amandelen? Die met karamel had ik eerder op de dag al (in kleinere verpakking weliswaar) bij mijn eigen supermarkt gekocht, maar in die zaten geen pinda’s. We nemen allebei een andere, uiteraard wel de grootste. Ik neem me voor om ‘m niet onderweg al open te maken. Maar even proeven moet eigenlijk wel toch? Ik krijg een brokje van haar en zij een van mij. Voor het eerst in deze negen kilometer zijn we even stil. Niet dat we normaal niet praten met volle mond, maar er moet even genoten worden van het moment.

We lopen er belachelijk bij; allebei met een enorme reep in onze hand. Omdat we nog niet thuis zijn (en dit geen gezicht moet zijn) laat ik de reep in mijn gelukkig grote jaszak verdwijnen. Ook die van Ans is ineens niet meer waarneembaar. Als schuldbewuste pubers zetten we nu rap koers richting huis. We beloven elkaar dat, mochten we omvallen/aangereden worden/onwel worden, dat de ander dan wel tijdig de repen veilig stelt. Als je het klepje van mijn jaszak omhoog doet, zie je de enorme reep eruit steken. Gelukkig heb ik een Allerhande meegenomen, dus die heeft ineens een dubbelfunctie. Hij camoufleert perfect de schaamteloze aanschaf.

Als we aankomen bij Ans is het bijna half zeven. Ik weet niet hoe het bij haar is maar mijn avondeten moet nog een uur in de oven. We nemen snel, en nog nalachend, afscheid en ik stap op mijn fiets richting huis. De spierpijn voel ik gelijk al, we hebben echt lang gelopen. De sneeuw en de vorst van de afgelopen weken zijn gelukkig voorbij. Dit weekend worden er voorjaarstemperaturen verwacht. Ook hier hebben we weer zin in. Als het straks weer langer licht is, kunnen we ook ’s avonds weer wat vaker een ommetje doen. Misschien zelfs met frisse moed over onze afval plannen. Alhoewel ik bang ben dat we dan  langs die lekkere ijssalon komen. Weet zeker dat één van ons dan weer triomfantelijk een paar euro of een pinpas tevoorschijn tovert. Overigens hebben wij daar geen voorjaar voor nodig; ijs kan altijd!