Alledaags

Varen

Het is de zoveelste bloedhete dag en we hebben met moeders afgesproken te gaan varen die middag. Blij showt ze haar nieuwe triangelbikini. Ik moet lachen omdat ik geen dames van 82 ken die zo’n piepklein vormeloos niemendalletje aanschaffen. Nee, ze gaat er ook niet mee naar het strand of zwembad, maar wel even lekker in de achtertuin. Of zoals nu, met ons op het bootje. Ik heb ook mijn nieuwe aan, maar die is keurig voorgevormd met vulling.  Want dan lijkt het allemaal nog wat. En ja, daar blijft inderdaad altijd ongeveer een liter water inzitten na het zwemmen, waardoor het niet opdroogt en je borsten lang steenkoud blijven. Maar dat laatste is wel weer lekker met dit weer.

Zoals altijd sjouwen we tassen vol kleding, zonnebrand, leesboeken en proviand mee. Het is maandag en doodstil in ons haventje. Heerlijk. Zodra je de touwen losgooit valt de hitte uit de stad weg en kroelt de wind in zachte bries om je lijf. Gedrieën verzuchten we wat een weelde dit is en schenken een glaasje in. Kleding gaat uit en lijven worden besmeerd. Op zo’n anderhalf uur varen ligt een eilandje aan het Alkmaardermeer. Als je jaarlijks wat extra havengeld betaalt bij je liggeld, mag je hier gebruik van maken. Er zijn lange aanlegsteigers en, heel fijn, een robuuste zwemtrap. Ik kan niet wachten tot we er zijn. Ondanks dat we er al zo vaak geweest zijn, moet ik altijd weer opletten waar we nou linksaf moeten.

Als we aangelegd hebben liggen we vrijwel direct in het water. Jeetje wat is dat heerlijk. Daarna opdrogen in de zon aan het tafeltje vol nootjes, fruit en die lekkere kaasvlindertjes. Mijn lief leest een boek, moeders wordt altijd een beetje slaperig van het gewiebel. Ik heb voor de verandering niets meegenomen om mezelf te vermaken. Ik ben een kei in een hele middag niets doen. Het zwemritueel herhaalt zich een paar keer, na de koekjes komen er nog Bifi’s en de fles Port gaat open. Het is allang etenstijd als we terug varen richting ons haventje aan De Poel.

Mijn lief ligt plat op haar rug in de zon, moeders is er even uitgegaan en zit onder de buiskap in de schaduw. Ik smeer mijn lijf nog een keer want de zon brandt genadeloos. Door het windje merk je nauwelijks hoe hard het gaat. Totaal relaxed koers ik richting Prins Clausbrug. Er zijn werkzaamheden waardoor ik niet door de rechter opening kan. We moeten middendoor. Het viel me al op dat er veel vrachtschepen varen. Logisch natuurlijk, want het is een gewone werkdag. Als ik een aanhoudend harde toeter hoor, kijk ik om me heen. Wie toetert er nou naar wie? ER WORDT NAAR ONS GETOETERD! En niet zo’n klein beetje ook. Ik vaar recht voor de opening van de brug en een enorm vrachtschip komt ons met een noodgang tegemoet! Ik laat de boot een seconde stilvallen en moet NU beslissen wat te doen. Als ik volle vaart achteruit ga, weet ik zeker dat die boot rakelings langs ons blaast en we door de golven tegen de kant gaan klappen. Er is nog ruimte voor me. Ik wacht niet langer, geef een dot gas en spuit vooruit. Ik moet ervoor langs en direct onder de brug door aan de kant. In volle vaart stuiven we langs de nog steeds toeterende boot en kunnen op het laatste moment uitwijken. Het bleek de juiste beslissing maar we zijn er allemaal even stil van. Rustig tuffen we door richting haven.

Ondanks al het snaaiwerk van vanmiddag, hebben we toch wel weer trek. Binnen no-time hebben we alle spullen weer in de tassen gekieperd, de boot afgesloten en staan we weer klaar voor vertrek. Alle spullen liggen op de steiger, mijn lief maakt de buiskap dicht. Als ik de sleutelbos zie liggen pak ik die op. Stel je voor dat iemand die per ongeluk wegschopt. We hebben al zo vaak gezien dat er spullen te water vallen en direct naar de bodem zinken. Daar ben ik altijd alert op. Op het moment dat ik de sleutelbos pak, blijkt het niet alleen om de bootsleutels te gaan, maar lag ook de bos met auto- en huissleutels erop. Met de bootsleutels in mijn hand, zie ik de auto- en huissleutels te water plonsen. NEEE, DE SLEUTELS! Roep ik zo hard dat passanten blijven kijken wat er aan de hand is. Ik graai er nog naar, maar het was kansloos. Direct gezonken.

Met z’n drieën kijken we elkaar aan. Nee, we hebben geen schepnet aan boord. Hoe diep is het hier eigenlijk? Hengelen met de pikhaak? Dan zakken ze misschien dieper weg in de modder en vindt je ze nooit meer terug. Nee, iemand moet erin. Ik kijk naar mijn lief en zij kijkt zwijgend terug. ‘Ik ga wel’ zeg ik, wetend dat ik de situatie ook veroorzaakt heb. Ik trek mijn shirt en korte broek uit en spring erin. Ineens ben ik om drie dingen blij. 1-ik had mijn bikini nog aan, 2-ik zag waar ze in het water vielen, 3-het blijkt niet heel diep te zijn want ik voel de bodem! ‘Dit gaat lukken’ roep ik (ook om mezelf moed in te spreken), maar weet dat ik nu wel nog richting bodem moet. ‘En ik durf in dat vieze water mijn ogen niet open te doen’. Dus weet ik, het moet op de tast. Het water in de haven staat wat stiller, is troebel en ruikt naar sloot. Net naast een glibberig begroeid paaltje zag ik de bos in het water vallen. Ik hou me eraan vast en schuif voorzichtig met mijn voet over de bodem. Dat wordt niks, een voetzool voelt veel minder dan een hand. Ik duik naar beneden en schuif met mijn hand over de snotterige blubber. Ik voel genoeg maar kan niet plaatsen wat.

Ik krijg geen lucht meer en kom boven met een stuk plastic. Eerst even een hap adem nemen was slimmer geweest, want dan kon ik langer beneden blijven. Opnieuw; nu kom ik boven met een spons en daarna met een hand mosselschelpen. Niet opgeven maar doorgaan Tan, ze moeten er zijn! Weer duik ik naar beneden, hou die smerige paal vast met links en voel weer van alles met rechts. Als ik met mijn arm in de lucht bovenkom en kijk wat er in mijn hand zit blijkt het de sleutelbos te zijn! Godzijdank!

Het is nog een eindje zwemmen naar de zwemtrap, want die is aan het eind van de steiger. Onze boot heeft ook een zwemtrap, maar dan zou die weer helemaal geopend moeten worden met ritsen, knopen en drukkers. We willen naar huis. Ik droog me snel af met een nog natte handdoek en gooi ook die bikini uit. Geen mens die me ziet en anders maar wel. ‘Gevonden?’ roept een mevrouw aan de andere kant van een steiger? Ik steek mijn duim omhoog en zij daarna ook.

Thuisgekomen flansen we wat te eten in elkaar, tafelen na met ijsjes en ruimen weer op. Als ik ons gft-afvalbakje in de groene rolcontainer leeg, schiet die uit mijn hand en zwiept de halve inhoud door de lucht. Ik sta in een berg koffieprut en uienschillen. Ik ben lekker bezig vandaag. Maar toegegeven; de sleutel-opvis-actie, die vond ik (omdat het gelukt is) best heldhaftig!