Zaterdag
Twee uur voor de opening arriveren Judith en ik bij Het Weefhuis, allebei in dezelfde blouse. Liever laten wij niets aan het toeval over en we hebben nog tijd om een boeket bloemen op tafel te zetten, koffie en thee te maken en een laatste ronde te doen. ‘Je kunt die spotjes toch stellen?’ Toch die trap weer uit de kast zeulen en erop. Een paar werken blijken niet mooi verlicht. Jeetje wat is het trouwens koud! Omdat het bij de opbouw gister zo bloedheet werd, hadden we alle kachels dichtgedraaid. We gaan weer het pand door om alles open te zetten. Raar dat ze niet warm worden, ook niet na een halfuur. Goed dat we nog bellen met de locatiebeheerder want de kachels werden op afstand bediend.
Als ik een halfuur voor opening de koffiekannen volschenk, zie ik vanuit de keuken de broer en zus van mijn vader aankomen, met partners. Wat een heerlijk begin van de dag en wat zijn ze trots op hun broer. Nog geen tien minuten later stroomt het hele pand vol. Mijn tante is zo lief om de hele middag de bovenverdieping te bemannen en neemt werken en prijslijsten door. De locatie had vooraf gevraagd om het aantal bezoekers op te nemen met een ‘tellertje’. ‘Dat gaan we toch niet doen? Vraag ik aan moeders. ‘We weten vanavond toch nog wel wie er waren?!’ Judith geeft aan dat ze twijfelt en toch wel graag wil tellen. Oké, ik schuif het apparaatje om mijn hand en geef het aantal klikken gelijk aan het aantal binnengekomen mensen.
Een eindeloze stroom bezoekers komt en gaat. Mensen staan in de rij om mijn moeder even te groeten, bij te praten of weer afscheid te nemen. Ik hoor haar verschillende keren het verhaal over dezelfde blouse vertellen waarna ze mij aanwijst. Ik ken haast iedereen en ben keer op keer verrast om iemand te treffen. Zo velen zolang niet gezien. Een levenspad aan mensen die verstrengeld waren met mijn ouders komt voorbij. Het raakt me. Mijn nichten en neef (met hun kinderen), maar ook neven van mijn vader. Velen komen van ver. Oud collega’s van mijn vader van Praktijkschool De Brug, de reclameafdeling van William Pont en reclamebureau Mulder uit Amsterdam. Maar ook uit de periode dat hij voor zichzelf werkte. Oude buren, kinderen van buren, een oud-werkgever van mijn moeder, de galeriehouder (waar mijn vader eerder exposeerde), collega’s en oud-collega’s van mij, vrienden van de muziek en een roeimaatje van mijn moeder. Vrienden en bekenden. Mijn vriendinnetje van 50 jaar geleden. Onze halve familie, inclusief de allerkleinsten; de achterkleinkinderen die geboren werden na mijn vaders overlijden.
Ik introduceer mijn meester Koos van de lagere school aan moeders. Ondanks dat hij niets veranderd is, wist ik dat ze hem niet herkende. Dit werd achteraf nog hilarisch bevestigd, toen bleek dat ze dacht dat het Kees was. Een vriend van mijn tante die in Portugal woont. Sorry Koos, het duizelde ons allemaal een beetje.
Als ik een onbekend gezicht zie, vraag ik ‘bent u een bekende van mijn ouders?’ Een vriendelijke dame stelde zich voor als de bewoonster van de overkant. Een paar Engelse toeristen kon ik blij maken met koffie/koekjes en het toilet. In mijn steenkolen Duits vertelde ik aan anderen dat echt álle werken door mijn vader gemaakt zijn. Ja, in het hele pand. Er wordt ondertussen geïnformeerd naar prijzen, of mijn broer er ook is, wanneer mensen dingen kunnen meenemen, en of die knappe jongen die iedereen professioneel de jas aanneemt echt onze zoon is? Verschillende keren wijs ik mijn lief aan (‘ze heeft een camera om haar nek’). Ze ontmoet eindelijk Igor, één van de oudste vrienden van mijn vader. Ik zie dat mijn broer (die nog steeds niet fit is) ook de hele middag met iedereen zit te praten. Onderling bleken mensen elkaar ook te kennen. Hoe dat in elkaar zat, er was te weinig tijd om erachter te komen.
Als de middag om is staan er 120 personen op mijn tellertje. Ik moet Judith gelijk geven, ik heb inderdaad niet kunnen onthouden wie er allemaal waren. Als ik de namen die ik nog weet op een A4-tje schrijf, kom ik tot 62. Wie waren dan die andere 58? Ik denk wel dat de grootste hoos vandaag geweest is. Misschien hebben we morgen wat meer tijd om gezellig wat langer met iedereen te praten.
Zondag
Een lieve vriendin van mijn ouders neemt deze middag de honneurs waar op de bovenverdieping. Ook nu stroomt het eigenlijk direct vol. Vrienden, nog meer familie, leden van de tekenclub van mijn vader, het model dat er zo vaak poseerde (er was een klik met mijn vader en hij had vele werken van haar gemaakt), kennissen van de scheepswerf waar zijn boot lag, de zoon van een vriend uit de haven en nog meer van zijn oud collega’s van verschillende werkgevers. Overweldigend.
Zijn oud-collega van praktijkschool De Brug laat me een boekje zien, dat mijn vader maakte tijdens een gezamenlijk reisje met leerlingen. Verhalen en tekeningen en hij kreeg het van Leo. Hij vertelde anekdotes en over de klik die ze samen hadden. Zijn naam kende ik inderdaad, de persoon erbij niet. Ook dat ze gevaren hebben op de Bonker (de boot van mijn ouders). Zou hij weten dat dit een privilege was waarvoor niet iedereen werd gevraagd? Mijn vader was uiterst selectief met vriendschappen, je kwam niet snel in aanmerking. Achteraf begreep ik dat hij ook bij de uitvaart was. Een dierbaar persoon voor mijn vader die ik tijdens de uitvaart gezien moet hebben, maar waar geen gelegenheid was om kennis te maken.
Ook met een andere collega van dezelfde school raakte ik in gesprek. Hoorde prachtige dingen die ik niet wist. Het kwam binnen. Zoveel mensen die versteld stonden dat er zoveel werk was. Verbaasd waren over wat hij allemaal kon en deed. Terwijl deze kunstwerken maar een klein deel waren van het enorme geheel. Of hij wel eens tijd had voor ons, het gezin? Naast de kunst, zijn boot, sport, werk en alle klusjes die hij voor iedereen deed? Nauwelijks, maar we wisten ook niet beter.
Aan het eind van de middag realiseren we ons dat alle leden van ons roeiteam ‘de zeven dollen’ er zijn. Haast dertig jaar geleden begon Leo als eerste in Zaanstad met een roeiteam, waarna velen volgden. Wat heerlijk om ook deze meiden weer te zien. We lachen en halen verhalen op. Allemaal een stuk ouder (al drie partners zijn overleden) maar nog net zo vol spirit als toen. We maken een groepsfoto als herinnering. Het weekend is voorbij gevlogen.
Mijn tellertje staat na twee middagen op 250 mensen! En dan heb ik er zelfs nog een paar gemist. Ik kan het bijna niet geloven. Wat naïef dat ik gister dacht dat het vandaag rustiger zou zijn. Ik zweef nog na op alle knuffels, omarmingen, kussen en mooie verhalen die ik nog niet kende. Meerdere keren heb ik vandaag tranen weggeslikt. Sommige mensen gingen direct met een aankoop de deur uit. Anderen komen het later ophalen bij moeders. Goed geregeld, want dan is er wat meer tijd en aandacht. Het grootste deel moet daardoor nu wel weer mee terug naar huis. Weghalen en opruimen doen we weer met elkaar. In rap tempo is Brams bus en onze auto weer gevuld. Ophangsystemen eraf, tafels en stoelen opruimen. Met het roeiteam aan de afwas, de koelkast legen en alle boodschappen weer verzamelen. Ik maak een mevrouw blij met zakken vol (aangebroken verpakkingen) koekjes en zoutjes. Judith staat nog bij de bus als wij haar groeten en dag zeggen ‘tot straks’. We gaan met elkaar bij haar eten. Mijn schoonzus merkt op dat ze toch met ons meerijdt? Oh, vertwijfeld kijken we elkaar aan waarna moeders bij ons instapt.
Bij haar thuis aangekomen merkt ze op ‘Maar ik was toch ook met de auto? Die staat nog daar!’ We zijn op het punt aangeland dat we alles en iedereen door elkaar halen en weinig meer onthouden. We besluiten eerst uit te laden, Chinees te halen en te eten. Die auto haal ik morgen wel op.
Als mijn lief en ik die avond thuiskomen, appt moeders ‘Je gaat mijn auto toch halen morgen, had je dan niet de sleutel moeten meenemen?’ Zucht. Onze hoofden zitten overvol. De dag erna zet mijn lief me af bij Judiths auto, waarna ik hem bij haar aflever. Eindeloos kletsen we nog na over het weekend. Wie er allemaal waren, hoe druk het was en dat we niet meer precies weten wie nou wat vertelde. Als ik bij de bushalte sta om naar huis te gaan, verschijnt de bus niet. De rit vervalt en die erna rijdt maar tot het ziekenhuis. Ik neem die toch en loop vanaf daar naar huis. Wat een weekend!
Dit was veel meer dan een expositie. Het was het grootse samenzijn waar ik zes jaar geleden zo naar verlangde.