Alledaags

Voorbereidingen expositie

Het niet hebben van een groots samenzijn na het overlijden van mijn vader, is altijd pijnlijk voor me gebleven. Hij overleed aan de start van Corona. Twee jaar later (toen het voorbij was) ga je geen mensen meer uitnodigen voor een afscheid. Gelukkig kwam het normale leven wel weer op gang. Toen ik een tijdje geleden iets moest zoeken bij mijn moeder thuis, vloog de veelheid door hem gemaakte kunst me aan. Een meterhoge stapel modeltekeningen, een twee meter brede rij schilderijen. Mappen vol aquarellen, pentekeningen, zeefdrukken en houtsneden. Teveel om ingelijst te zijn, het papier van oude werken soms al vergeeld. Huis en tuin zijn overvol. Wat doen we ooit met al deze stukken als mijn moeder er niet meer is? Het is zo mooi en niemand geniet er nu van.

‘We kunnen nog wel een keer exposeren’ zei Judith dan. Maar concrete acties bleven uit. Wat ook wel begrijpelijk is. Boks zoiets maar voor elkaar op je 82e. Op aandringen van mijn lief, begon ik  voorzichtig aan te dringen bij moeders. Met elkaar zouden we dit wel voor elkaar kunnen krijgen toch? Wie weet verkoop je nog wat én zie je elkaar weer eens. Superstoer vond ik het toen ze liet weten expositieruimte ‘Het Weefhuis’ afgehuurd te hebben. Het hele pand voor een heel weekend.

Vanaf dat moment stond ze aan. We wilden dit graag, maar er moest ook veel geregeld worden. Iets wat voor een buitenstaander niet zichtbaar is. Agenda’s werden geblokt, diensten verschoven en een lijst genodigden gemaakt. Foto’s en tekst aangeleverd voor de Weefhuis-website. Judith bepaalde op zolder wat er mee moest. Minstens een volle dag is ze bezig geweest met aanschaf en montage van ophangsystemen. Die bleken hier en daar te ontbreken. Ze was al bekaf voor alles goed en wel begonnen was. Mijn tante sjouwde een paar dagen vóór het weekend stapels schilderijen naar beneden. Een spannende toer met grote doeken in een smal trapgat. Een vriendin van mijn ouders zeulde een dag later met de loodzware beelden van steen en hout. Wat waren we opgelucht dat iedereen nog heel was en niemand van de trappen gedonderd is die dagen. Judiths hele benedenverdieping stond inmiddels vol met alles wat mee moest. Toch nog extra wijn en frisdrank gehaald, na al die toezeggingen zou het druk kunnen worden.

‘Wil je niet dat het in de krant komt?’ Vroeg ik twee weken vooraf aan Judith. In het verleden had ze bekenden op de redactie en misschien kon ze die benaderen? Ze reageerde lauw en zei er niemand meer te kennen. Ik liet het er niet bij zitten en mailde, zonder dat zij het wist, de link van de expositie naar de krant met een kort verhaaltje erbij. Zonder dat ik het wist, had zij al contact gehad met een oude bekende daar en was al geïnterviewd én op de foto gezet. Zo stond op dinsdag een aankondiging in de rubriek ‘uitjes’ en op woensdag een groot artikel op de voorpagina van het Noord Hollands Dagblad dat verder ging in de krant zelf. Jeetje wat gaaf en wat hebben we gelachen om onze stiekeme acties.

Ook wilde ik wel wat fleurigs aan die dagen en zocht in de stad naar een blouse. Bij C&A hing één superleuke in knalkleuren, maar die bleek bij het passen net even te krap. Ik hing ‘m terug in het rek en liet het erbij. Dan maar niets nieuws. Toen ik mijn moeder twee dagen later aan de lijn had, leek het alsof ik mezelf hoorde praten. Ze wilde wat kleurrijks en was de stad in geweest. Bij C&A hing wat leuks. ‘Hing die links om de hoek?’ vroeg ik haar. We bleken afzonderlijk van elkaar dezelfde blouse gepast te hebben. Ook zij heeft ‘m terug gehangen omdat hij net de krap was. Op internet zag ik dat ze nog te bestellen waren en ook in de juisten maten. We bestelden allebei dezelfde en hoopten dat ze zouden passen en op tijd zouden komen.

Vrijdagochtend stond mijn broer klaar met de bus van zijn werk. Ondanks dat Judith al twee dagen in de gaten hield of er een parkeerplek voor de deur vrijkwam, was dit natuurlijk niet zo. Nou ja, effe verder lopen dus. Vervelend ook dat Bram helemaal niet fit was. Mijn lief was als fotograaf aangesteld, voor het hele weekend. Met elkaar sjouwden we vanuit de woonkamer alles richting bus, waar Bram ingekropen was om alles aan te pakken en netjes neer te zetten. Beelden als laatste ter opvulling, in onze auto nog een groot houten frame om tekeningen in te presenteren en kratten vol boodschappen. Op Judiths eettafel was door haar een briefje geplakt met de planning; wie/wat en op welke dag van het weekend. Hilarisch maar ook herkenbaar. Wij zijn van de briefjes en agenda’s en wat er moest gebeuren was veel. Inmiddels vergisten we ons telkens in dagen en tijdstippen. We aten snel een broodje met elkaar en reden daarna naar de locatie waar alles weer uitgeladen moest worden. Nee, dat soort dingen worden niet voor je geregeld. Gelukkig had Judith inmiddels de sleutel van het pand en konden we erin.

De houten beelden en scheepsschilderijen sjouwden we naar boven, de rest kreeg een plek beneden. In het snelle praatje met de beheerder kon ik nog net even vragen naar lichtknopjes, extra koffiefilters en toiletpapier. We klapten tafels uit, sjouwden stapels stoelen uit een berging (trappen op en af) en bevestigden tientallen ophangsystemen in de rails. Eerst alles neerzetten, daarna ophangen, hoogtes bepalen en recht hangen. In het keukentje gekeken waar alles stond, de koelkast gevuld en servies klaargezet voor morgen. Prijslijsten neergelegd, een gastenboek, de voorpagina van de krant en het artikel hingen we op het prikbord. Een van mijn lievelingsfoto’s van Leo (hij was daar pas 17 maar met een goeie lach en penseel in zijn hand) plakte ik op de muur bij het gastenboek. Samen met een andere ‘lievelings’: nog topfit, een sigaartje in zijn stoere hoofd naar de horizon kijkend op zijn boot. In een strak shirt, altijd zwart (of donkerblauw). Sigaartjes roken deed hij niet dagelijks. ‘Mijn snor gaat er zo van stinken zegt je moeder’ zei hij dan.

Het zo prachtig door mijn lief gemaakte fotoboek van Leo’s werk en werkplaatsen kreeg een mooi plekje op tafel. Ik moest wel overgehaald worden om hem mee te nemen. Mijn trots op haar en hem overwon het uiteindelijk van de vrees voor vele vieze vingers die het dierbare bezit mogelijk zouden kunnen besmeuren. Van Leo’s eigen boek ‘De wal en het schip’ ging een doos vol mee. Hij schreef alle teksten (die moeders voor hem uittypte) en maakte alle tekeningen. Het was niet zijn eerste boek, wel in de grootste oplage.

Als extra eerbetoon had Judith een tas persoonlijke werkspulletjes van Leo mee. Alles even stoffig en zichtbaar goed gebruikt. Een verfdoos met tubes in alle kleuren, gebruikte penselen, vijlen en raspen. Het  gezichtsbeschermingsmasker dat hij droeg tijdens het hakken van beelden. Zijn palet waarop je alle kleuren terugzag van de schilderijen die nu aan de wanden hingen. En het meest herkenbare van allemaal: zijn verschoten katoenen hoedje. Ooit zwart (natuurlijk) maar door de jaren heen lichtgrijs verschoten in de zon. Vol verfspetters. Alles werd liefdevol uitgestald in een glazen vitrinekast. Alsof hij even de deur uit gelopen was en zo weer zou binnenkomen.

In dezelfde week van voorbereidingen werd Judith nog een keer overgroot oma én overleed haar zwager. Aan emoties geen gebrek. Gezamenlijk liepen we de avond vóór de expositie een laatste ronde door het pand. Hier en daar werd een beeld nog een slagje gedraaid om mooier licht te vangen. Waarna iemand anders het vaak weer andersom draaide. Alles hing en stond goed. Zelfs onze bloesjes waren op tijd geleverd. We waren klaar voor het weekend.